Deuteronomium 22:1
“U zult het rund van uw broeder of zijn schaap niet zien ronddwalen en u daarvan afwenden; u zult ze zeker terugbrengen naar uw broeder.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 22 — omringende verzen
U zult het rund van uw broeder of zijn schaap niet zien ronddwalen en u daarvan afwenden; u zult ze zeker terugbrengen naar uw broeder.
En indien uw broeder niet dichtbij u woont of u hem niet kent, dan zult u het naar uw eigen huis brengen, en het zal bij u zijn totdat uw broeder het opzoekt, en dan zult u het hem teruggeven.
3Evenzo zult u doen met zijn ezel, en zo zult u doen met zijn kleed, en met alles wat uw broeder verloren heeft en wat u gevonden hebt, zult u evenzo handelen; u mag u er niet van afwenden.
4U zult de ezel van uw broeder of zijn rund niet zien vallen op de weg en u daarvan afwenden; u zult hem zeker helpen ze weer op te richten.
5Een vrouw zal niet dragen wat een man toebehoort, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want ieder die zulks doet is een gruwel voor de HEER uw God.
6Wanneer u onderweg toevallig een vogelnest tegenkomt in een boom of op de grond, met jongen of eieren, en de moeder zittend op de jongen of op de eieren, dan zult u de moeder niet nemen met de jongen.