Terug naar Deuteronomium 22
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 22:7

Maar u zult de moeder zeker laten gaan en de jongen voor uzelf nemen; opdat het u welgaat en u uw dagen verlengt.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 22 — omringende verzen

2

En indien uw broeder niet dichtbij u woont of u hem niet kent, dan zult u het naar uw eigen huis brengen, en het zal bij u zijn totdat uw broeder het opzoekt, en dan zult u het hem teruggeven.

3

Evenzo zult u doen met zijn ezel, en zo zult u doen met zijn kleed, en met alles wat uw broeder verloren heeft en wat u gevonden hebt, zult u evenzo handelen; u mag u er niet van afwenden.

4

U zult de ezel van uw broeder of zijn rund niet zien vallen op de weg en u daarvan afwenden; u zult hem zeker helpen ze weer op te richten.

5

Een vrouw zal niet dragen wat een man toebehoort, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want ieder die zulks doet is een gruwel voor de HEER uw God.

6

Wanneer u onderweg toevallig een vogelnest tegenkomt in een boom of op de grond, met jongen of eieren, en de moeder zittend op de jongen of op de eieren, dan zult u de moeder niet nemen met de jongen.

7

Maar u zult de moeder zeker laten gaan en de jongen voor uzelf nemen; opdat het u welgaat en u uw dagen verlengt.

8

Wanneer u een nieuw huis bouwt, dan zult u een borstwering om uw dak maken, opdat u geen bloedschuld op uw huis brengt als iemand daarvan valt.

9

U zult uw wijngaard niet bezaaien met allerlei zaad, opdat de opbrengst van het zaad dat u gezaaid hebt, en de vrucht van uw wijngaard niet onrein worden.

10

U zult niet ploegen met een rund en een ezel tezamen.

11

U zult geen kleed dragen van allerlei soorten stof, van wol en linnen tezamen.

12

U zult franjes maken aan de vier hoeken van uw opperkleed waarmee u zich bedekt.