Deuteronomium 24:1
“Wanneer een man een vrouw genomen en gehuwd heeft, en het geschiedt dat zij geen genade in zijn ogen vindt, omdat hij iets onbehoorlijks aan haar gevonden heeft, dan zal hij een scheidbrief voor haar schrijven, die in haar hand geven en haar uit zijn huis wegzenden.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 24 — omringende verzen
Wanneer een man een vrouw genomen en gehuwd heeft, en het geschiedt dat zij geen genade in zijn ogen vindt, omdat hij iets onbehoorlijks aan haar gevonden heeft, dan zal hij een scheidbrief voor haar schrijven, die in haar hand geven en haar uit zijn huis wegzenden.
En wanneer zij zijn huis verlaten heeft, kan zij gaan en de vrouw van een andere man worden.
3En als de laatste man een hekel aan haar krijgt, en haar een scheidbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegzendt; of als de laatste man sterft, die haar tot vrouw genomen heeft;
4Dan mag haar eerste man, die haar heeft weggestuurd, haar niet opnieuw tot vrouw nemen, nadat zij ontreinigd is; want dat is een gruwel voor de HEER, en u mag het land dat de HEER uw God u als erfenis geeft, niet tot zonde brengen.
5Wanneer een man een nieuwe vrouw heeft genomen, zal hij niet in de strijd trekken, noch zal hem enige last worden opgelegd; maar hij zal een jaar lang vrij zijn in zijn huis en zijn vrouw die hij genomen heeft, verblijden.
6Niemand zal de onderste of de bovenste molensteen als pand nemen, want hij neemt daarmee iemands leven als pand.