Terug naar Deuteronomium 28
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 28:60

Bovendien zal Hij alle ziekten van Egypte over u brengen, waarvoor u bevreesd was, en zij zullen aan u kleven.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 28 — omringende verzen

55

Zodat hij aan geen van hen iets zal geven van het vlees van zijn kinderen die hij eet, omdat hem niets is overgebleven tijdens het beleg en de benauwing waarmee uw vijanden u in al uw steden zullen benauwen.

56

De teergevoeligste en meest verwende vrouw onder u, die vanwege haar teerheid en verwenheid haar voetzool niet op de grond zou zetten, zal haar oog bedrieglijk richten op de man van haar schoot, op haar zoon en op haar dochter.

57

En op het kind dat tussen haar voeten uitkomt, en op de kinderen die zij zal baren; want zij zal hen in het verborgene eten bij gebrek aan alles, tijdens het beleg en de benauwing waarmee uw vijand u in uw steden zal benauwen.

58

Als u er niet nauwgezet op let al de woorden van deze wet die in dit boek geschreven zijn, te doen, door te vrezen voor deze heerlijke en vreselijke Naam: DE HEER, UW GOD;

59

Dan zal de HEER uw plagen buitengewoon maken, en de plagen van uw nageslacht: zware en langdurige plagen, en zware en langdurige ziekten.

60

Bovendien zal Hij alle ziekten van Egypte over u brengen, waarvoor u bevreesd was, en zij zullen aan u kleven.

61

Ook elke ziekte en elke plaag die niet geschreven staat in het boek van deze wet, zal de HEER over u brengen, totdat u verdelgd bent.

62

En gij zult weinigen in getal overblijven, terwijl gij tevoren zo talrijk waart als de sterren des hemels; omdat gij de stem van de HEER uw God niet hebt willen gehoorzamen.

63

En het zal geschieden, dat gelijk de HEER Zich over u verheugde om u goed te doen en u te vermenigvuldigen, zo zal de HEER Zich over u verheugen om u te verderven en u te vernietigen; en gij zult weggerukt worden van het land waarheen gij gaat om het in bezit te nemen.

64

En de HEER zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere; en daar zult gij andere goden dienen, die noch gij noch uw vaderen gekend hebben, hout en steen.

65

En onder deze volken zult gij geen rust vinden, noch zal uw voetzool rust hebben; maar de HEER zal u daar een bevend hart geven, en verflauwing der ogen, en droefheid der ziel.