Deuteronomium 29:28
“En de HEER heeft hen in toorn en in grimmigheid en in grote verbolgenheid uit hun land gerukt en hen in een ander land geworpen, zoals het heden ten dage is.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 29 — omringende verzen
En dat het gehele land ervan zwavel en zout is en een brandende woestenij, dat het niet bezaaid wordt, noch vrucht draagt, noch enig gras daarin opkomt, gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adma en Zeboïm, die de HEER omgekeerd heeft in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;
24Ja, alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de HEER zo gedaan met dit land? Wat betekent de hitte van deze grote toorn?
25Dan zullen de mensen zeggen: Omdat zij het verbond van de HEER, de God hunner vaderen, verlaten hebben, dat Hij met hen gemaakt heeft toen Hij hen uit het land Egypte leidde;
26Want zij gingen heen en dienden andere goden en aanbaden hen, goden die zij niet kenden en die Hij hun niet gegeven had;
27Daardoor ontstak de toorn des HEREN tegen dit land, om daarover te brengen alle vervloekingen die in dit boek geschreven zijn;
En de HEER heeft hen in toorn en in grimmigheid en in grote verbolgenheid uit hun land gerukt en hen in een ander land geworpen, zoals het heden ten dage is.
De verborgen dingen behoren de HEER onze God toe; maar de geopenbaarde dingen behoren ons en onze kinderen toe voor altijd, opdat wij al de woorden van deze wet doen.