Deuteronomium 30:3
“Dan zal de HEER uw God uw gevangenis wenden en Zich over u ontfermen, en Hij zal u weder vergaderen uit alle volken waarheen de HEER uw God u verstrooid heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 30 — omringende verzen
En het zal geschieden, wanneer al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek die ik u voorgesteld heb, en gij ze ter harte neemt onder alle volken waarheen de HEER uw God u verdreven heeft,
2En gij u bekeert tot de HEER uw God en Zijn stem gehoorzaamt naar alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel;
Dan zal de HEER uw God uw gevangenis wenden en Zich over u ontfermen, en Hij zal u weder vergaderen uit alle volken waarheen de HEER uw God u verstrooid heeft.
Al waren van de uwen ook verdreven naar de verste einden des hemels, van daar zal de HEER uw God u vergaderen en van daar zal Hij u ophalen;
5En de HEER uw God zal u brengen in het land dat uw vaderen in bezit hadden, en gij zult het bezitten; en Hij zal u goed doen en u talrijker maken dan uw vaderen.
6En de HEER uw God zal uw hart besnijden en het hart van uw nakomelingen, om de HEER uw God lief te hebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft.
7En de HEER uw God zal al deze vervloekingen leggen op uw vijanden en op hen die u haten, die u vervolgd hebben.
8En gij zult u bekeren en de stem des HEREN gehoorzamen en al Zijn geboden doen die ik u heden gebied.