Deuteronomium 31:2
“En hij zeide tot hen: Ik ben heden honderd en twintig jaar oud; ik kan niet meer uitgaan en ingaan; ook heeft de HEER tot mij gezegd: Gij zult over deze Jordaan niet gaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 31 — omringende verzen
Toen ging Mozes heen en sprak deze woorden tot gans Israël.
En hij zeide tot hen: Ik ben heden honderd en twintig jaar oud; ik kan niet meer uitgaan en ingaan; ook heeft de HEER tot mij gezegd: Gij zult over deze Jordaan niet gaan.
De HEER uw God, Hij zal voor u overtrekken en Hij zal deze volken voor u verdelgen, en gij zult hen verdrijven; en Jozua, hij zal voor u overtrekken, zoals de HEER gesproken heeft.
4En de HEER zal hun doen gelijk Hij gedaan heeft aan Sihon en aan Og, de koningen der Amorieten, en aan hun land, die Hij verdelgd heeft.
5En de HEER zal hen voor uw aangezicht overgeven, opdat gij hun zult doen overeenkomstig al de geboden die ik u geboden heb.
6Wees sterk en heb goede moed, vrees niet en wees niet bevreesd voor hen, want de HEER, uw God, Hij is het Die met u gaat; Hij zal u niet begeven en u niet verlaten.
7En Mozes riep Jozua en zei tot hem voor de ogen van geheel Israël: Wees sterk en heb goede moed, want gij zult met dit volk gaan naar het land dat de HEER hun vaderen gezworen heeft hun te geven, en gij zult het hun als erfenis doen innemen.