Deuteronomium 32:52
“Toch zult gij het land voor u zien, maar u zult er niet binnengaan, in het land dat Ik de kinderen Israëls geven zal.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 32 — omringende verzen
Want dit is geen ijdele zaak voor u, want het is uw leven; en door deze zaak zult gij uw dagen verlengen in het land waarheen gij over de Jordaan trekt om het in bezit te nemen.
48En de HEER sprak tot Mozes diezelfde dag, zeggende:
49Beklim dit gebergte Abarim, de berg Nebo, die in het land Moab is, tegenover Jericho, en aanschouw het land Kanaän, dat Ik de kinderen Israëls tot een bezitting geven zal.
50En sterf op de berg waarheen gij opgaat, en word verenigd met uw volk, zoals uw broeder Aäron stierf op de berg Hor en bij zijn volk werd verzameld.
51Omdat gij u jegens Mij hebt vergrepen onder de kinderen Israëls bij de wateren van Meriba-Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden van de kinderen Israëls.
Toch zult gij het land voor u zien, maar u zult er niet binnengaan, in het land dat Ik de kinderen Israëls geven zal.