Deuteronomium 34:10
“En er is sindsdien in Israël geen profeet meer opgestaan als Mozes, die de HEER kende van aangezicht tot aangezicht,”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 34 — omringende verzen
Zo stierf Mozes, de knecht des HEREN, aldaar in het land Moab, naar het woord des HEREN.
6En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Bet-Peor; en niemand kent zijn graf tot op deze dag.
7En Mozes was honderd en twintig jaar oud toen hij stierf; zijn oog was niet verduisterd, noch zijn kracht verminderd.
8En de kinderen Israëls beweenden Mozes op de vlakten van Moab dertig dagen; zo kwamen de dagen van wening en rouwklagen om Mozes ten einde.
9En Jozua, de zoon van Nun, was vol van de geest der wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd; en de kinderen Israëls hoorden naar hem en deden zoals de HEER Mozes geboden had.
En er is sindsdien in Israël geen profeet meer opgestaan als Mozes, die de HEER kende van aangezicht tot aangezicht,
In alle tekenen en wonderen, die de HEER hem gezonden had te doen in het land Egypte, aan Farao en aan al zijn dienaren en aan zijn gehele land,
12En in al de machtige daden en in al de grote verschrikking, die Mozes gewrocht heeft voor de ogen van geheel Israël.