Terug naar Deuteronomium 4
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 4:36

Uit de hemel liet Hij u Zijn stem horen om u te onderwijzen; en op de aarde toonde Hij u Zijn groot vuur; en u hoorde Zijn woorden uit het midden van het vuur.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 4 — omringende verzen

31

(Want de HEER uw God is een barmhartig God;) Hij zal u niet verlaten, noch u verderven, noch het verbond met uw vaderen vergeten, dat Hij hun gezworen heeft.

32

Want vraag toch naar de vroegere dagen die voor u geweest zijn, van de dag af dat God de mens op de aarde geschapen heeft, en vraag van het ene einde des hemels tot het andere, of er ooit zoiets groots als dit geweest is, of iets dergelijks gehoord is.

33

Heeft ooit een volk de stem van God gehoord, sprekend uit het midden van het vuur, zoals u gehoord hebt, en in leven gebleven?

34

Of heeft God ooit gepoogd heen te gaan en Zich een volk te nemen uit het midden van een ander volk, door beproevingen, door tekenen en door wonderen, en door oorlog en door een sterke hand en een uitgestrekte arm, en door grote daden van ontzetting, naar al wat de HEER uw God voor uw ogen in Egypte gedaan heeft?

35

Aan u is het getoond, opdat u zou weten dat de HEER God is; er is niemand anders buiten Hem.

36

Uit de hemel liet Hij u Zijn stem horen om u te onderwijzen; en op de aarde toonde Hij u Zijn groot vuur; en u hoorde Zijn woorden uit het midden van het vuur.

37

En omdat Hij uw vaderen liefhad, verkoos Hij daarom hun zaad na hen, en bracht u uit Egypte voor Zijn aangezicht met Zijn grote kracht;

38

Om volken voor uw aangezicht te verdrijven, groter en machtiger dan u, om u daarin te brengen en hun land u als erfenis te geven, zoals het heden ten dage is.

39

Weet dan heden en leg het ter harte, dat de HEER God is in de hemel boven en op de aarde beneden; er is geen ander.

40

Onderhoud daarom Zijn inzettingen en Zijn geboden, die ik u heden gebied, opdat het u en uw kinderen na u wel zal gaan, en opdat u uw dagen zult verlengen op de aarde, die de HEER uw God u geeft, voor altijd.

41

Toen scheidde Mozes drie steden af aan deze zijde van de Jordaan, naar het opkomen van de zon;