Deuteronomium 6:10
“En het zal geschieden, wanneer de HEER uw God u gebracht zal hebben in het land dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft te geven, aan Abraham, aan Izak en aan Jakob, met grote en goede steden die gij niet gebouwd hebt,”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 6 — omringende verzen
En gij zult de HEER uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht.
6En deze woorden die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
7En gij zult ze uw kinderen ijverig inprenten, en daarover spreken als gij in uw huis zit en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt en als gij opstaat.
8En gij zult ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.
9En gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en op uw poorten.
En het zal geschieden, wanneer de HEER uw God u gebracht zal hebben in het land dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft te geven, aan Abraham, aan Izak en aan Jakob, met grote en goede steden die gij niet gebouwd hebt,
en huizen vol van alle goede dingen die gij niet gevuld hebt, en uitgehakte putten die gij niet gegraven hebt, wijngaarden en olijfbomen die gij niet geplant hebt; wanneer gij dan gegeten hebt en verzadigd zijt,
12wacht u dan dat gij de HEER niet vergeet, Die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, uitgeleid heeft.
13Gij zult de HEER uw God vrezen en Hem dienen, en bij Zijn naam zweren.
14Gij zult geen andere goden volgen, de goden van de volken die rondom u zijn,
15want de HEER uw God is een naijverig God in uw midden, opdat de toorn van de HEER uw God niet tegen u ontbrande en Hij u van de aardbodem verdelge.