Deuteronomium 6:16
“Gij zult de HEER uw God niet verzoeken, zoals gij Hem bij Massa verzocht hebt.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 6 — omringende verzen
en huizen vol van alle goede dingen die gij niet gevuld hebt, en uitgehakte putten die gij niet gegraven hebt, wijngaarden en olijfbomen die gij niet geplant hebt; wanneer gij dan gegeten hebt en verzadigd zijt,
12wacht u dan dat gij de HEER niet vergeet, Die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, uitgeleid heeft.
13Gij zult de HEER uw God vrezen en Hem dienen, en bij Zijn naam zweren.
14Gij zult geen andere goden volgen, de goden van de volken die rondom u zijn,
15want de HEER uw God is een naijverig God in uw midden, opdat de toorn van de HEER uw God niet tegen u ontbrande en Hij u van de aardbodem verdelge.
Gij zult de HEER uw God niet verzoeken, zoals gij Hem bij Massa verzocht hebt.
Gij zult de geboden van de HEER uw God, en Zijn getuigenissen en Zijn instellingen, die Hij u geboden heeft, nauwlettend onderhouden.
18En gij zult doen wat recht en goed is in de ogen van de HEER, opdat het u welga en gij het goede land binnengaat en in bezit neemt dat de HEER uw vaderen gezworen heeft.
19om al uw vijanden voor u uit te verdrijven, zoals de HEER gesproken heeft.
20En wanneer uw zoon u in de toekomst vraagt: Wat betekenen de getuigenissen en de instellingen en de rechtsregelen die de HEER onze God u geboden heeft?
21dan zult gij uw zoon zeggen: Wij waren slaven van Farao in Egypte, en de HEER leidde ons met een sterke hand uit Egypte;