Deuteronomium 7:25
“De gesneden beelden van hun goden zult gij met vuur verbranden; gij zult het zilver of goud dat daarop is, niet begeren en het niet voor uzelf nemen, opdat gij daardoor niet verstrikt wordt; want het is een gruwel voor de HEER uw God.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 7 — omringende verzen
Bovendien zal de HEER uw God de horzel onder hen zenden, totdat zij die overgebleven en voor u verborgen zijn, omgekomen zijn.
21Gij zult voor hen niet verschrikken, want de HEER uw God is in uw midden, een groot en ontzagwekkend God.
22En de HEER uw God zal die volken voor u uitdrijven, weinig bij weinig; gij zult hen niet allen tegelijk verdelgen, opdat de dieren des velds zich niet tegen u vermenigvuldigen.
23Maar de HEER uw God zal hen aan u overleveren en hen met een geweldige verwoesting vernietigen, totdat zij uitgeroeid zijn.
24En Hij zal hun koningen in uw hand geven, en gij zult hun naam van onder de hemel uitwissen; niemand zal voor u kunnen standhouden, totdat gij hen vernietigd hebt.
De gesneden beelden van hun goden zult gij met vuur verbranden; gij zult het zilver of goud dat daarop is, niet begeren en het niet voor uzelf nemen, opdat gij daardoor niet verstrikt wordt; want het is een gruwel voor de HEER uw God.
Gij zult geen gruwel in uw huis brengen, opdat gij niet een vervloekt ding wordt als het; maar gij zult het ten zeerste verafschuwen en ten zeerste verfoeien, want het is een vervloekt ding.