Deuteronomium 8:14
“Uw hart dan niet opgeheven worde en gij de HEER uw God vergeet, Die u uit het land Egypte heeft uitgeleid, uit het diensthuis;”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 8 — omringende verzen
Een land waar gij brood zult eten zonder schaarste, waar het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn en uit welks heuvels gij koper kunt delven.
10Wanneer gij gegeten hebt en verzadigd zijt, dan zult gij de HEER uw God loven voor het goede land dat Hij u gegeven heeft.
11Wacht u dat gij de HEER uw God niet vergeet, door Zijn geboden, Zijn rechten en Zijn inzettingen niet te onderhouden, die ik u heden opleg;
12Opdat gij, wanneer gij gegeten hebt en verzadigd zijt, en goede huizen gebouwd hebt en daarin woont,
13En wanneer uw runderen en schapen vermenigvuldigen, en uw zilver en goud vermenigvuldigt, en alles wat gij hebt vermenigvuldigt,
Uw hart dan niet opgeheven worde en gij de HEER uw God vergeet, Die u uit het land Egypte heeft uitgeleid, uit het diensthuis;
Die u leidde door die grote en vreselijke woestijn, vol vurige slangen en schorpioenen en droogte, waar geen water was; Die u water uit de harde rots voortbracht;
16Die u in de woestijn voedde met manna, dat uw vaderen niet kenden, om u te verootmoedigen en u te beproeven, opdat Hij u in uw latere dagen weldeed;
17En opdat gij niet in uw hart zoudt zeggen: Mijn kracht en de sterkte van mijn hand heeft mij deze rijkdom verworven.
18Maar gij zult de HEER uw God gedenken, want Hij is het Die u kracht geeft om rijkdom te verwerven, opdat Hij Zijn verbond bevestige dat Hij uw vaderen gezworen heeft, zoals het heden ten dage is.
19En het zal geschieden, indien gij de HEER uw God ooit vergeet en andere goden achternagaat, hen dient en hen aanbidt, dat ik u heden betuig dat gij zeker zult vergaan.