Terug naar Deuteronomium 8
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 8:7

Want de HEER uw God brengt u in een goed land, een land van waterstromen, van bronnen en diepe wateren die ontspringen in dalen en heuvels;

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 8 — omringende verzen

2

En gij zult gedenken aan al de weg die de HEER uw God u deze veertig jaar door de woestijn geleid heeft, om u te verootmoedigen en u te beproeven, om te weten wat er in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt bewaren of niet.

3

En Hij verootmoedigde u en liet u hongeren, en voedde u met manna, dat gij niet kende en uw vaderen niet kenden; opdat Hij u zou doen weten dat de mens niet van brood alleen leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEER uitgaat.

4

Uw kleding verouderde niet aan u en uw voet zwol niet op, gedurende deze veertig jaar.

5

Gij zult ook in uw hart overwegen dat de HEER uw God u tuchtigt, zoals een man zijn zoon tuchtigt.

6

Daarom zult gij de geboden van de HEER uw God onderhouden door in Zijn wegen te wandelen en Hem te vrezen.

7

Want de HEER uw God brengt u in een goed land, een land van waterstromen, van bronnen en diepe wateren die ontspringen in dalen en heuvels;

8

Een land van tarwe en gerst, van wijnstokken en vijgenbomen en granaatappelen; een land van olijfolie en honing;

9

Een land waar gij brood zult eten zonder schaarste, waar het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn en uit welks heuvels gij koper kunt delven.

10

Wanneer gij gegeten hebt en verzadigd zijt, dan zult gij de HEER uw God loven voor het goede land dat Hij u gegeven heeft.

11

Wacht u dat gij de HEER uw God niet vergeet, door Zijn geboden, Zijn rechten en Zijn inzettingen niet te onderhouden, die ik u heden opleg;

12

Opdat gij, wanneer gij gegeten hebt en verzadigd zijt, en goede huizen gebouwd hebt en daarin woont,