Efeziërs 1:14
“Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing van het verkregen eigendom, tot lof van Zijn heerlijkheid.”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 1 — omringende verzen
Door ons het geheimenis van Zijn wil bekend te maken, naar Zijn welbehagen, dat Hij in Zichzelf voorgenomen had:
10Opdat Hij in de bedeling van de volheid der tijden alle dingen in Christus zou samenbrengen, zowel die in de hemel zijn als die op de aarde zijn; ja, in Hem:
11In Wie wij ook een erfdeel ontvangen hebben, voorbestemd naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn eigen wil:
12Opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid, wij die eerst op Christus gehoopt hebben.
13In Wie ook gij gehoopt hebt, nadat gij het woord der waarheid gehoord hebt, het evangelie van uw zaligheid; in Wie gij ook, nadat gij geloofd hebt, verzegeld zijt met de Heilige Geest der belofte,
Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing van het verkregen eigendom, tot lof van Zijn heerlijkheid.
Daarom ook, nadat ik gehoord had van uw geloof in de Heer Jezus en van de liefde tot alle heiligen,
16Houd ik niet op voor u dank te zeggen, u gedenkende in mijn gebeden;
17Opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en openbaring in de kennis van Hem:
18De ogen van uw verstand verlicht zijnde; opdat gij moogt weten wat de hoop is van Zijn roeping, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,
19En wat de uitnemende grootheid van Zijn kracht is jegens ons die geloven, naar de werking van de sterkte van Zijn macht,