Efeziërs 3:2
“Indien gij tenminste gehoord hebt van de bedeling van de genade Gods, die mij jegens u gegeven is:”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 3 — omringende verzen
Om deze reden ben ik, Paulus, de gevangene van Jezus Christus voor u heidenen,
Indien gij tenminste gehoord hebt van de bedeling van de genade Gods, die mij jegens u gegeven is:
Dat Hij mij door openbaring het geheimenis heeft doen kennen; (zoals ik tevoren in het kort geschreven heb,
4Waaruit gij, dit lezende, mijn inzicht in het geheimenis van Christus kunt verstaan)
5Hetwelk in andere eeuwen de mensenkinderen niet is bekend gemaakt, gelijk het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest;
6Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en mede tot hetzelfde lichaam behoren, en mededeelgenoten van Zijn belofte in Christus door het evangelie:
7Waarvan ik een dienaar geworden ben naar de gave van de genade Gods, die mij gegeven is naar de werking van Zijn kracht.