Efeziërs 3:8
“Aan mij, die minder dan de minste van alle heiligen ben, is deze genade gegeven, om onder de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen;”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 3 — omringende verzen
Dat Hij mij door openbaring het geheimenis heeft doen kennen; (zoals ik tevoren in het kort geschreven heb,
4Waaruit gij, dit lezende, mijn inzicht in het geheimenis van Christus kunt verstaan)
5Hetwelk in andere eeuwen de mensenkinderen niet is bekend gemaakt, gelijk het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest;
6Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en mede tot hetzelfde lichaam behoren, en mededeelgenoten van Zijn belofte in Christus door het evangelie:
7Waarvan ik een dienaar geworden ben naar de gave van de genade Gods, die mij gegeven is naar de werking van Zijn kracht.
Aan mij, die minder dan de minste van alle heiligen ben, is deze genade gegeven, om onder de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen;
En allen te verlichten, wat de gemeenschap van het geheimenis is, dat van de grondlegging der wereld verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus:
10Opdat nu aan de overheden en machten in de hemelse gewesten door de gemeente bekendgemaakt zou worden de veelvuldige wijsheid van God,
11Naar het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus onze Heer:
12In Wie wij vrijmoedigheid en toegang hebben met vertrouwen, door het geloof in Hem.
13Daarom bid ik dat gij niet versaagt door mijn verdrukkingen voor u, die uw heerlijkheid zijn.