Efeziërs 4:6
“Één God en Vader van allen, Die boven allen is, en door allen, en in u allen.”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 4 — omringende verzen
Ik dan, de gevangene in de Heer, bid u dat gij wandelt waardig de roeping waarmee gij geroepen zijt,
2Met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, elkander verdragende in liefde;
3U beijverende de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede.
4Er is één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot één hoop van uw roeping;
5Één Heer, één geloof, één doop,
Één God en Vader van allen, Die boven allen is, en door allen, en in u allen.
Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus.
8Daarom zegt Hij: Toen Hij opgevaren is in den hoge, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen en gaven gegeven aan de mensen.
9(Dit nu: Hij is opgevaren, wat betekent het anders dan dat Hij ook eerst is neergedaald in de lagere delen der aarde?
10Die neergedaald is, is Dezelfde Die ook opgevaren is ver boven alle hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou.)
11En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, en sommigen als profeten, en sommigen als evangelisten, en sommigen als herders en leraars;