Esther 6:4
“En de koning zeide: Wie is er in de voorhof? Nu was Haman gekomen in de buitenste voorhof van het huis des konings, om met de koning te spreken over het hangen van Mordechai aan de galg die hij voor hem bereid had.”
Kruisverwijzingen
Context
Esther 6 — omringende verzen
In die nacht kon de koning niet slapen, en hij beval het boek der gedenkwaardige gebeurtenissen, de kronieken, te brengen; en zij werden voor de koning voorgelezen.
2En er werd gevonden geschreven dat Mordechai melding had gemaakt van Bigthana en Teresh, twee kamerlingen des konings, de bewakers van de drempel, die getracht hadden hand aan de koning Ahasveros te slaan.
3En de koning zeide: Welke eer en waardigheid is Mordechai voor dit bewezen? Toen zeiden de dienaren des konings die hem dienden: Er is niets voor hem gedaan.
En de koning zeide: Wie is er in de voorhof? Nu was Haman gekomen in de buitenste voorhof van het huis des konings, om met de koning te spreken over het hangen van Mordechai aan de galg die hij voor hem bereid had.
En de dienaren des konings zeiden tot hem: Zie, Haman staat in de voorhof. En de koning zeide: Laat hem binnenkomen.
6Zo kwam Haman binnen. En de koning zeide tot hem: Wat zal er gedaan worden met de man die de koning behaagt te eren? Nu dacht Haman in zijn hart: Wie zou de koning meer behagen te eren dan mij?
7En Haman antwoordde de koning: Voor de man die de koning behaagt te eren,
8Laat het koninklijk gewaad gebracht worden dat de koning pleegt te dragen, en het paard waarop de koning rijdt, en de koninklijke kroon die op zijn hoofd geplaatst is;
9En laat dit gewaad en dit paard overgedragen worden aan de hand van een van de voornaamste vorsten des konings, opdat zij de man daarmee kleden die de koning behaagt te eren, en hem te paard brengen door de straten der stad, en voor hem uitroepen: Zo zal gedaan worden met de man die de koning behaagt te eren.