Esther 8:16
“De Joden hadden licht en blijdschap, en vreugde en eer.”
Kruisverwijzingen
Context
Esther 8 — omringende verzen
Waarin de koning de Joden toestond, die in elke stad waren, zich te verzamelen en op te komen voor hun leven, om te verdelgen, te doden en om te brengen alle macht van het volk en gewest dat hen zou aanvallen, zowel kleine kinderen als vrouwen, en om hun goed als buit te roven,
12Op één dag in al de gewesten van koning Ahasveros, namelijk op de dertiende dag van de twaalfde maand, dat is de maand Adar.
13Het afschrift van dit geschrift werd als wet uitgevaardigd in elk gewest, bekend gemaakt aan alle volken, en dat de Joden tegen die dag gereed zouden zijn om zich te wreken op hun vijanden.
14Zo gingen de ruiters op muildieren en kamelen uit, voortgedreven en gehaast door het gebod des konings. En het bevel werd uitgevaardigd in het paleis Susan.
15En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een koninklijk kleed van blauw en wit, en met een grote gouden kroon, en met een mantel van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was blijde.
De Joden hadden licht en blijdschap, en vreugde en eer.
En in elk gewest en in elke stad, waar het gebod des konings en zijn wet aankwam, hadden de Joden blijdschap en vreugde, een feestmaal en een goede dag. En velen uit de volken des lands werden Joden, want de vreze voor de Joden was op hen gevallen.