Exodus 12:6
“En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van dezelfde maand; en de gehele vergadering der gemeente Israëls zal het slachten in de avondschemer.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 12 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes en Aäron in het land Egypte en zei:
2Deze maand zal voor u het begin der maanden zijn; zij zal voor u de eerste maand van het jaar zijn.
3Spreekt tot de gehele vergadering van Israël, zeggende: Op de tiende dag van deze maand neme ieder een lam, naar de huizen hunner vaderen, een lam voor een huisgezin.
4En indien het huisgezin te klein is voor het lam, dan neme hij en zijn naaste buurman het, overeenkomstig het aantal zielen; ieder naar zijn eten zult gij tellen voor het lam.
5Uw lam zal zonder gebrek zijn, een mannelijk dier van het eerste jaar; gij zult het nemen van de schapen of van de geiten.
En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van dezelfde maand; en de gehele vergadering der gemeente Israëls zal het slachten in de avondschemer.
En zij zullen van het bloed nemen en het aan de twee zijposten en aan de bovendorpel strijken van de huizen waarin zij het eten.
8En zij zullen het vlees in die nacht eten, gebraden met vuur, en ongezuurd brood; met bittere kruiden zullen zij het eten.
9Eet het niet rauw, noch op enige wijze met water gekookt, maar gebraden met vuur; zijn kop met zijn poten en zijn ingewanden.
10En gij zult er niets van laten overblijven tot de morgen; en wat er tot de morgen van overblijft, zult gij met vuur verbranden.
11En aldus zult gij het eten: met uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand; en gij zult het in haast eten: het is het Pascha des HEREN.