Exodus 13:1
“En de HEER sprak tot Mozes en zeide:”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 13 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes en zeide:
Heilig Mij alle eerstgeborenen, alles wat de moederschoot opent onder de kinderen van Israël, zowel van mens als van dier: het is van Mij.
3En Mozes zeide tot het volk: Gedenkt deze dag, waarop gij uit Egypte getrokken zijt, uit het diensthuis; want met een sterke hand heeft de HEER u hiervan uitgeleid: en er zal geen gezuurd brood gegeten worden.
4Op deze dag zijt gij uitgetrokken, in de maand Abib.
5En het zal geschieden, wanneer de HEER u zal gebracht hebben in het land van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Hevieten en de Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honing, dat gij deze dienst in deze maand zult onderhouden.
6Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en op de zevende dag zal er een feest voor de HEER zijn.