Terug naar Exodus 13
VSV
Statenvertaling

Exodus 13:9

En het zal u een teken zijn op uw hand en een gedenkenis tussen uw ogen, opdat de wet van de HEER in uw mond zij; want met een sterke hand heeft de HEER u uit Egypte geleid.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 13 — omringende verzen

4

Op deze dag zijt gij uitgetrokken, in de maand Abib.

5

En het zal geschieden, wanneer de HEER u zal gebracht hebben in het land van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Hevieten en de Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honing, dat gij deze dienst in deze maand zult onderhouden.

6

Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en op de zevende dag zal er een feest voor de HEER zijn.

7

Ongezuurde broden zullen zeven dagen gegeten worden; en er zal geen gezuurd brood bij u gezien worden, noch zuurdesem bij u gezien worden in al uw grenzen.

8

En gij zult uw zoon op die dag te verstaan geven: Dit geschiedt vanwege wat de HEER mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte trok.

9

En het zal u een teken zijn op uw hand en een gedenkenis tussen uw ogen, opdat de wet van de HEER in uw mond zij; want met een sterke hand heeft de HEER u uit Egypte geleid.

10

Gij zult deze inzetting daarom te zijner tijd onderhouden, van jaar tot jaar.

11

En het zal geschieden, wanneer de HEER u zal gebracht hebben in het land van de Kanaänieten, zoals Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en het u zal gegeven hebben,

12

Dat gij aan de HEER afzondert al wat de moederschoot opent, en elke eerstelingsworp die van een dier komt dat gij hebt; de mannetjes zijn voor de HEER.

13

En elke eerstelingsworp van een ezel zult gij lossen met een lam; en indien gij het niet lost, dan zult gij zijn nek breken; en alle eerstgeborenen van de mensen onder uw kinderen zult gij lossen.

14

En het zal geschieden, wanneer uw zoon u te zijner tijd vraagt: Wat is dit? dat gij tot hem zult zeggen: Met een sterke hand heeft de HEER ons uit Egypte geleid, uit het diensthuis.