Terug naar Exodus 16
VSV
Statenvertaling

Exodus 16:12

Ik heb het gemor van de kinderen Israëls gehoord. Spreek tot hen en zeg: Tegen de avond zult gij vlees eten, en in de morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten dat Ik de HEER uw God ben.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 16 — omringende verzen

7

En in de morgen zult gij de heerlijkheid van de HEER zien; want Hij heeft uw gemor tegen de HEER gehoord. En wie zijn wij, dat gij tegen ons mort?

8

En Mozes zei: Dit zal geschieden, wanneer de HEER u tegen de avond vlees te eten geeft en in de morgen brood tot verzadiging; want de HEER heeft uw gemor gehoord, waarmede gij tegen Hem mort. En wie zijn wij? Uw gemor is niet tegen ons, maar tegen de HEER.

9

En Mozes sprak tot Aäron: Zeg tot de gehele vergadering van de kinderen Israëls: Treedt nader voor het aangezicht van de HEER; want Hij heeft uw gemor gehoord.

10

En het geschiedde, toen Aäron tot de gehele vergadering van de kinderen Israëls sprak, dat zij zich naar de woestijn wendden, en zie, de heerlijkheid van de HEER verscheen in de wolk.

11

En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:

12

Ik heb het gemor van de kinderen Israëls gehoord. Spreek tot hen en zeg: Tegen de avond zult gij vlees eten, en in de morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten dat Ik de HEER uw God ben.

13

En het geschiedde tegen de avond, dat er kwartels opkwamen en het kamp bedekten; en in de morgen lag er dauw rondom het leger.

14

En toen de dauw die gevallen was, opgetrokken was, zie, toen lag er op het oppervlak van de woestijn een kleine, ronde stof, zo klein als rijp op de grond.

15

En toen de kinderen Israëls het zagen, zeiden zij tot elkander: Wat is dit? Want zij wisten niet wat het was. En Mozes zeide tot hen: Dit is het brood dat de HEER u te eten gegeven heeft.

16

Dit is het woord dat de HEER geboden heeft: Vergader daarvan, een ieder naar zijn eten, een omer voor elke man, naar het getal uwer personen; neemt elk voor hen die in zijn tent zijn.

17

En de kinderen Israëls deden alzo, en vergaderden, de een meer en de ander minder.