Terug naar Exodus 16
VSV
Statenvertaling

Exodus 16:28

En de HEER zeide tot Mozes: Hoelang weigert gij Mijn geboden en Mijn wetten te onderhouden?

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 16 — omringende verzen

23

En hij zeide tot hen: Dit is hetgeen de HEER gezegd heeft: Morgen is de rust van de heilige sabbat voor de HEER; bakt wat gij bakken wilt, en kookt wat gij koken wilt; en al wat overblijft, legt dat voor u weg om bewaard te worden tot de morgen.

24

En zij legden het weg tot de morgen, zoals Mozes had geboden; en het stonk niet, en er was geen worm in.

25

En Mozes zeide: Eet dat heden; want heden is een sabbat voor de HEER; heden zult gij het niet vinden op het veld.

26

Zes dagen zult gij het vergaderen; maar op de zevende dag, de sabbat, zal er geen zijn.

27

En het geschiedde, dat sommigen van het volk op de zevende dag uitgingen om te vergaderen, maar zij vonden er niets.

28

En de HEER zeide tot Mozes: Hoelang weigert gij Mijn geboden en Mijn wetten te onderhouden?

29

Zie, dewijl de HEER u de sabbat gegeven heeft, geeft Hij u daarom op de zesde dag brood voor twee dagen; een ieder blijve op zijn plaats; niemand ga op de zevende dag uit zijn plaats.

30

Zo rustte het volk op de zevende dag.

31

En het huis Israëls noemde de naam daarvan Manna; en het was als korianderzaad, wit; en de smaak daarvan was als een koek met honing.

32

En Mozes zeide: Dit is het woord dat de HEER geboden heeft: Vul een omer daarvan om bewaard te worden voor uw geslachten; opdat zij het brood zien mogen waarmede Ik u in de woestijn gevoed heb, toen Ik u uit het land Egypte leidde.

33

En Mozes zeide tot Aäron: Neem een pot, en doe daarin een volle omer manna, en zet die neer voor de HEER, om bewaard te worden voor uw geslachten.