Exodus 16:35
“En de kinderen Israëls aten veertig jaar lang manna, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten manna, totdat zij aan de grenzen van het land Kanaän kwamen.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 16 — omringende verzen
Zo rustte het volk op de zevende dag.
31En het huis Israëls noemde de naam daarvan Manna; en het was als korianderzaad, wit; en de smaak daarvan was als een koek met honing.
32En Mozes zeide: Dit is het woord dat de HEER geboden heeft: Vul een omer daarvan om bewaard te worden voor uw geslachten; opdat zij het brood zien mogen waarmede Ik u in de woestijn gevoed heb, toen Ik u uit het land Egypte leidde.
33En Mozes zeide tot Aäron: Neem een pot, en doe daarin een volle omer manna, en zet die neer voor de HEER, om bewaard te worden voor uw geslachten.
34Zoals de HEER Mozes geboden had, zo legde Aäron het neer voor de Getuigenis, om bewaard te worden.
En de kinderen Israëls aten veertig jaar lang manna, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten manna, totdat zij aan de grenzen van het land Kanaän kwamen.
Een omer nu is het tiende deel van een efa.