Exodus 22:30
“Evenzo zult gij doen met uw runderen en met uw schapen: zeven dagen zal het bij zijn moeder zijn; op de achtste dag zult gij het Mij geven.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 22 — omringende verzen
Indien gij geld leent aan een van Mijn volk dat arm is bij u, zult gij hem niet zijn als een woekeraar, noch zult gij rente op hem leggen.
26Indien gij te eniger tijd het kleed van uw naaste als pand neemt, zult gij het hem teruggeven voordat de zon ondergaat;
27want dat is zijn enige bedekking, het is het kleed voor zijn lichaam; waarin zal hij slapen? En het zal geschieden, wanneer hij tot Mij roept, dat Ik zal horen; want Ik ben genadig.
28Gij zult de goden niet lasteren, noch de overste van uw volk vervloeken.
29Gij zult niet talmen om de eerstelingen van uw rijpe vruchten en van uw vloeibare offers te brengen; de eerstgeborene van uw zonen zult gij Mij geven.
Evenzo zult gij doen met uw runderen en met uw schapen: zeven dagen zal het bij zijn moeder zijn; op de achtste dag zult gij het Mij geven.
En gij zult voor Mij heilige mannen zijn; gij zult geen vlees eten dat op het veld door dieren verscheurd is; gij zult het aan de honden werpen.