Exodus 26:1
“Voorts zult gij de tabernakel maken van tien gordijnen van fijn getwijn linnen, en blauw, en purper, en scharlaken; met cherubs van kunstig werk zult gij ze maken.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 26 — omringende verzen
Voorts zult gij de tabernakel maken van tien gordijnen van fijn getwijn linnen, en blauw, en purper, en scharlaken; met cherubs van kunstig werk zult gij ze maken.
De lengte van één gordijn zal achtentwintig el zijn, en de breedte van één gordijn vier el; en alle gordijnen zullen dezelfde maat hebben.
3De vijf gordijnen zullen aan elkaar gekoppeld worden; en de andere vijf gordijnen zullen aan elkaar gekoppeld worden.
4En gij zult lussen van blauw maken aan de rand van het ene gordijn aan het zoomkant bij de verbinding; en evenzo zult gij doen aan de buitenste rand van het andere gordijn bij de tweede verbinding.
5Vijftig lussen zult gij maken aan het ene gordijn, en vijftig lussen zult gij maken aan de rand van het gordijn dat bij de tweede verbinding hoort; zodat de lussen de ene aan de andere vasthaken.
6En gij zult vijftig gouden haken maken, en de gordijnen met de haken aan elkaar koppelen; en het zal één tabernakel zijn.