Terug naar Exodus 26
VSV
Statenvertaling

Exodus 26:14

En gij zult een bedekking voor de tent maken van roodgeverfde ramsvellen, en een bedekking daarboven van dassenvellen.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 26 — omringende verzen

9

En gij zult vijf gordijnen apart koppelen, en zes gordijnen apart, en het zesde gordijn zult gij dubbel vouwen aan de voorzijde van de tabernakel.

10

En gij zult vijftig lussen maken aan de rand van het gordijn dat aan de buitenkant is bij de verbinding, en vijftig lussen aan de rand van het gordijn dat bij de tweede verbinding hoort.

11

En gij zult vijftig koperen haken maken, en de haken door de lussen steken, en de tent samenvoegen, zodat zij één is.

12

En het overschot dat overblijft van de gordijnen van de tent, het halve gordijn dat overblijft, zal over de achterkant van de tabernakel hangen.

13

En een el aan de ene zijde, en een el aan de andere zijde van wat overblijft in de lengte van de gordijnen van de tent, zal over de zijden van de tabernakel hangen, aan deze en aan die zijde, om hem te bedekken.

14

En gij zult een bedekking voor de tent maken van roodgeverfde ramsvellen, en een bedekking daarboven van dassenvellen.

15

En gij zult planken maken voor de tabernakel van sittimhout, rechtopstaand.

16

Tien el zal de lengte van een plank zijn, en anderhalve el de breedte van één plank.

17

Twee pinnen zullen er in één plank zijn, naast elkaar geplaatst; zo zult gij het maken voor alle planken van de tabernakel.

18

En gij zult de planken voor de tabernakel maken, twintig planken aan de zuidzijde, naar het zuiden toe.

19

En gij zult veertig zilveren voetstukken maken onder de twintig planken; twee voetstukken onder één plank voor haar twee pinnen, en twee voetstukken onder een andere plank voor haar twee pinnen.