Exodus 29:13
“En gij zult al het vet nemen dat de ingewanden bedekt, en het net dat boven de lever is, en de twee nieren en het vet dat daarop is, en dat op het altaar in rook laten opgaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 29 — omringende verzen
En gij zult zijn zonen naderbij brengen, en hun onderkleren aantrekken.
9En gij zult hen omgorden met gordels, Aäron en zijn zonen, en de mutsen op hen zetten; en het priesterambt zal hun toebehoren als een eeuwige inzetting; en gij zult Aäron en zijn zonen wijden.
10En gij zult een stier laten brengen voor de tent der samenkomst; en Aäron en zijn zonen zullen hun handen leggen op de kop van de stier.
11En gij zult de stier slachten voor de HEER, bij de ingang van de tent der samenkomst.
12En gij zult van het bloed van de stier nemen en dat met uw vinger op de horens van het altaar strijken, en al het bloed uitgieten naast de voet van het altaar.
En gij zult al het vet nemen dat de ingewanden bedekt, en het net dat boven de lever is, en de twee nieren en het vet dat daarop is, en dat op het altaar in rook laten opgaan.
Maar het vlees van de stier, en zijn huid, en zijn mest, zult gij met vuur verbranden buiten het kamp; het is een zondoffer.
15Gij zult ook de ene ram nemen; en Aäron en zijn zonen zullen hun handen leggen op de kop van de ram.
16En gij zult de ram slachten, en gij zult zijn bloed nemen en dat rondom op het altaar sprenkelen.
17En gij zult de ram in stukken snijden, en de ingewanden en zijn poten wassen, en die bij zijn stukken en bij zijn kop leggen.
18En gij zult de gehele ram op het altaar in rook laten opgaan; het is een brandoffer voor de HEER; het is een lieflijke reuk, een vuuroffer voor de HEER.