Exodus 29:46
“En zij zullen weten dat Ik de HEER hun God ben, die hen uit het land Egypte geleid heb, opdat Ik onder hen zou wonen: Ik ben de HEER hun God.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 29 — omringende verzen
En het andere lam zult gij des avonds offeren, en gij zult daarbij doen naar het spijsoffer van de morgen en naar het plengoffer daarvan, tot een lieflijke reuk, een vuuroffer voor de HEER.
42Dit zal een voortdurend brandoffer zijn door uw geslachten heen, aan de deur van de tent der samenkomst voor de HEER; waar Ik u zal ontmoeten om daar met u te spreken.
43En daar zal Ik de kinderen Israëls ontmoeten, en de tabernakel zal geheiligd worden door Mijn heerlijkheid.
44En Ik zal de tent der samenkomst heiligen en het altaar; ook Aäron en zijn zonen zal Ik heiligen, opdat zij Mij als priester dienen.
45En Ik zal wonen onder de kinderen Israëls en zal hun God zijn.
En zij zullen weten dat Ik de HEER hun God ben, die hen uit het land Egypte geleid heb, opdat Ik onder hen zou wonen: Ik ben de HEER hun God.