Terug naar Exodus 30
VSV
Statenvertaling

Exodus 30:7

En Aäron zal er elke morgen lieflijk reukwerk op branden: wanneer hij de lampen verzorgt, zal hij daarop reukwerk branden.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 30 — omringende verzen

2

Een el zal de lengte daarvan zijn, en een el de breedte daarvan; vierkant zal het zijn; en twee ellen zal de hoogte daarvan zijn; de hoornen daarvan zullen daarvan één geheel zijn.

3

En gij zult het overtrekken met zuiver goud, het bovenblad en de zijden rondom en de hoornen; en gij zult er een gouden lijst omheen maken.

4

En gij zult er twee gouden ringen aan maken, onder de lijst, aan de twee hoeken, aan beide zijden; en zij zullen als houders dienen voor de draagbomen om het daarmee te dragen.

5

En gij zult de draagbomen van sittimhout maken en ze met goud overtrekken.

6

En gij zult het plaatsen voor het voorhangsel dat bij de ark der getuigenis is, voor het verzoendeksel dat over de getuigenis is, waar Ik u zal ontmoeten.

7

En Aäron zal er elke morgen lieflijk reukwerk op branden: wanneer hij de lampen verzorgt, zal hij daarop reukwerk branden.

8

En wanneer Aäron de lampen in de avond aansteekt, zal hij er reukwerk op branden, een voortdurend reukwerk voor de HEER door uw geslachten heen.

9

Gij zult geen vreemd reukwerk op dat altaar offeren, noch een brandoffer, noch een spijsoffer; en gij zult er geen plengoffer op gieten.

10

En Aäron zal eenmaal per jaar op de hoornen daarvan verzoening doen met het bloed van het zondeoffer der verzoening; eenmaal per jaar zal hij er verzoening op doen door uw geslachten heen; het is allerheiligst voor de HEER.

11

En de HEER sprak tot Mozes en zei:

12

Wanneer gij de som van de kinderen Israëls opneemt, naar hun getal, dan zal ieder een losgeld voor zijn ziel geven aan de HEER, wanneer gij hen telt; opdat er geen plaag onder hen zij, wanneer gij hen telt.