Terug naar Exodus 37
VSV
Statenvertaling

Exodus 37:20

En aan de kandelaar zelf waren vier kelken in de vorm van amandelbloesems, met zijn knoppen en zijn bloemen.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 37 — omringende verzen

15

En hij maakte de draagbomen van sittimhout, en overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.

16

En hij maakte de voorwerpen die op de tafel stonden: zijn schotels, en zijn lepels, en zijn schalen, en zijn kannen om daarmee te bedekken, van puur goud.

17

En hij maakte de kandelaar van puur goud: van gedreven werk maakte hij de kandelaar; zijn schacht en zijn armen, zijn kelken, zijn knoppen en zijn bloemen waren daarvan één geheel.

18

En zes armen gingen uit de zijden ervan: drie armen van de kandelaar uit de ene zijde ervan, en drie armen van de kandelaar uit de andere zijde ervan.

19

Drie kelken in de vorm van amandelbloesems aan één arm, een knop en een bloem; en drie kelken in de vorm van amandelbloesems aan een andere arm, een knop en een bloem: zo aan alle zes de armen die uit de kandelaar gingen.

20

En aan de kandelaar zelf waren vier kelken in de vorm van amandelbloesems, met zijn knoppen en zijn bloemen.

21

En een knop onder twee armen daarvan, en een knop onder twee armen daarvan, en een knop onder twee armen daarvan, naar de zes armen die ervan uitgingen.

22

Hun knoppen en hun armen waren daarvan één geheel: het was alles één gedreven werk van puur goud.

23

En hij maakte zijn zeven lampen, en zijn kaarsensnuiters, en zijn blusschaaltjes van puur goud.

24

Van een talent puur goud maakte hij hem, en al zijn voorwerpen.

25

En hij maakte het reukofferaltaar van sittimhout: de lengte ervan was een el en de breedte ervan een el; het was vierkant; en twee el was de hoogte ervan; de horens ervan waren daarvan één geheel.