Terug naar Exodus 38
VSV
Statenvertaling

Exodus 38:17

En de voetstukken der pilaren waren van koper; de haken der pilaren en hun verbindingsstangen van zilver; en de bekleding van hun kapitelen van zilver; en alle pilaren van het voorhof waren met zilver omspannen.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 38 — omringende verzen

12

En aan de westzijde waren gordijnen van vijftig el; hun pilaren tien, en hun voetstukken tien; de haken der pilaren en hun verbindingsstangen van zilver.

13

En aan de oostzijde oostwaarts vijftig el.

14

De gordijnen aan de ene zijde van de poort waren vijftien el; hun pilaren drie, en hun voetstukken drie.

15

En aan de andere zijde van de voorhofpoort, aan deze kant en aan gene kant, waren gordijnen van vijftien el; hun pilaren drie, en hun voetstukken drie.

16

Alle gordijnen van het voorhof rondom waren van fijn getwijnd linnen.

17

En de voetstukken der pilaren waren van koper; de haken der pilaren en hun verbindingsstangen van zilver; en de bekleding van hun kapitelen van zilver; en alle pilaren van het voorhof waren met zilver omspannen.

18

En de voorhang voor de poort van het voorhof was borduurwerk van blauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen; en twintig el was de lengte, en de hoogte in de breedte was vijf el, gelijkend aan de gordijnen van het voorhof.

19

En hun pilaren waren vier, en hun voetstukken van koper vier; hun haken van zilver, en de bekleding van hun kapitelen en hun verbindingsstangen van zilver.

20

En alle pinnen van de tabernakel en van het voorhof rondom waren van koper.

21

Dit is de som van de tabernakel, ja, van de tabernakel der getuigenis, zoals hij werd opgemaakt, naar het gebod van Mozes, voor de dienst der Levieten, door de hand van Ithamar, de zoon van Aäron de priester.

22

En Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, van de stam van Juda, maakte alles wat de HEER Mozes geboden had.