Exodus 39:38
“En het gouden altaar, en de zalfolie, en het welriekende reukwerk, en het gordijn voor de ingang van de tabernakel,”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 39 — omringende verzen
En zij brachten de tabernakel tot Mozes, de tent en al zijn uitrusting, zijn haken, zijn planken, zijn staken, zijn pilaren en zijn voetstukken,
34En het dekkleed van roodgeverfde ramshuiden, en het dekkleed van dassenvellen, en het scheidingsgordijn,
35De ark der getuigenis, en zijn draagstokken, en het verzoendeksel,
36De tafel, en al zijn gerei, en het toonbrood,
37De reine kandelaar, met zijn lampen, ook met de lampen om in orde te zetten, en al zijn gerei, en de olie voor het licht,
En het gouden altaar, en de zalfolie, en het welriekende reukwerk, en het gordijn voor de ingang van de tabernakel,
Het koperen altaar, en zijn rooster van koper, zijn draagstokken en al zijn gerei, het wasbekken en zijn voetstuk,
40De gordijnen van het voorhof, zijn pilaren en zijn voetstukken, en het gordijn voor de poort van het voorhof, zijn koorden en zijn pinnen, en al het gerei voor de dienst van de tabernakel, voor de tent der samenkomst,
41De dienstkleding om dienst te doen in het heiligdom, en de heilige gewaden voor Aäron de priester, en de gewaden van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen.
42Overeenkomstig alles wat de HEER Mozes geboden had, zo maakten de kinderen van Israël al het werk.
43En Mozes zag al het werk, en zie, zij hadden het gedaan zoals de HEER het geboden had, zo hadden zij het gedaan; en Mozes zegende hen.