Exodus 6:18
“En de zonen van Kehath: Amram en Jizhar en Hebron en Uzziël; en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaar.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 6 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes en tot Aäron, en gaf hun een opdracht aangaande de kinderen Israëls en aangaande Farao, de koning van Egypte, om de kinderen Israëls uit het land Egypte te leiden.
14Dit zijn de hoofden van hun vadergeslachten: De zonen van Ruben, de eerstgeborene van Israël: Hanoch en Pallu, Hezron en Karmi; dit zijn de geslachten van Ruben.
15En de zonen van Simeon: Jemuël en Jamin en Ohad en Jachin en Zohar en Saul, de zoon van een Kanaanitische vrouw; dit zijn de geslachten van Simeon.
16En dit zijn de namen der zonen van Levi naar hun geslachten: Gerson en Kehath en Merari; en de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaar.
17De zonen van Gerson: Libni en Simi, naar hun geslachten.
En de zonen van Kehath: Amram en Jizhar en Hebron en Uzziël; en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaar.
En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de geslachten van Levi naar hun geslachten.
20En Amram nam Jokebed, de zuster zijns vaders, tot vrouw; en zij baarde hem Aäron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaar.
21En de zonen van Jizhar: Korach en Nefeg en Zichri.
22En de zonen van Uzziël: Misaël en Elzafan en Zitri.
23En Aäron nam Eliseba, de dochter van Amminadab, de zuster van Nahesson, tot vrouw; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.