Terug naar Exodus 7
VSV
Statenvertaling

Exodus 7:13

En Farao's hart werd verhard, zodat hij naar hen niet luisterde; zoals de HEER gezegd had.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 7 — omringende verzen

8

En de HEER sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:

9

Wanneer Farao tot u spreekt, zeggende: Doet een wonder voor u; dan zult gij tot Aäron zeggen: Neem uw staf en werp hem voor Farao neder, en hij zal tot een slang worden.

10

En Mozes en Aäron gingen in tot Farao en deden alzo, zoals de HEER geboden had; en Aäron wierp zijn staf neder voor Farao en voor zijn dienaren, en hij werd tot een slang.

11

Toen riep Farao ook de wijzen en de tovenaars; en de magiërs van Egypte deden ook alzo met hun bezweringen.

12

Want zij wierpen een ieder zijn staf neder, en zij werden slangen; maar de staf van Aäron verslond hun staven.

13

En Farao's hart werd verhard, zodat hij naar hen niet luisterde; zoals de HEER gezegd had.

14

En de HEER zeide tot Mozes: Het hart van Farao is verhard; hij weigert het volk te laten gaan.

15

Ga des morgens tot Farao; zie, hij gaat uit naar het water; en gij zult aan de oever der rivier staan hem tegemoet; en de staf die in een slang veranderd is, zult gij in uw hand nemen.

16

En gij zult tot hem zeggen: De HEER, de God der Hebreeën, heeft mij tot u gezonden, zeggende: Laat Mijn volk gaan, opdat zij Mij dienen in de woestijn; maar zie, tot nu toe hebt gij niet gehoord.

17

Zo zegt de HEER: Hieraan zult gij weten dat Ik de HEER ben; zie, Ik zal met de staf die in mijn hand is de wateren slaan die in de rivier zijn, en zij zullen in bloed veranderd worden.

18

En de vis die in de rivier is, zal sterven, en de rivier zal stinken; en de Egyptenaren zullen er een afkeer van hebben om van het water der rivier te drinken.