Terug naar Exodus 8
VSV
Statenvertaling

Exodus 8:23

En Ik zal een scheiding maken tussen mijn volk en uw volk; morgen zal dit teken plaatsvinden.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 8 — omringende verzen

18

En de tovenaars deden evenzo met hun bezweringen om luizen voort te brengen, maar zij konden het niet; zo waren er luizen op de mensen en op het vee.

19

Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is de vinger van God. Maar het hart van Farao was verhard en hij luisterde niet naar hen, zoals de HEER gezegd had.

20

En de HEER zei tot Mozes: Sta vroeg in de morgen op en treed voor Farao; zie, hij gaat naar het water; en zeg tot hem: Zo zegt de HEER: Laat mijn volk gaan, opdat zij Mij dienen.

21

Want indien u mijn volk niet wilt laten gaan, zie, dan zal Ik zwermen vliegen over u zenden, en over uw dienaren, en over uw volk, en in uw huizen; en de huizen van de Egyptenaren zullen vol zijn van zwermen vliegen, en ook de grond waarop zij staan.

22

En Ik zal op die dag het land Gosen, waar mijn volk woont, afzonderen, zodat daar geen zwermen vliegen zullen zijn; opdat u wete dat Ik de HEER ben in het midden der aarde.

23

En Ik zal een scheiding maken tussen mijn volk en uw volk; morgen zal dit teken plaatsvinden.

24

En de HEER deed zo; en er kwamen zware zwermen vliegen in het huis van Farao, en in de huizen van zijn dienaren, en in heel het land Egypte; het land werd verdorven door de zwermen vliegen.

25

En Farao riep Mozes en Aäron en zei: Gaat heen, brengt offers aan uw God in dit land.

26

En Mozes zei: Het is niet gepast dit zo te doen; want wij zouden de gruwel der Egyptenaren offeren aan de HEER onze God; zie, als wij de gruwel der Egyptenaren voor hun ogen offeren, zullen zij ons dan niet stenigen?

27

Wij zullen drie dagreizen de woestijn intrekken en de HEER onze God offers brengen, zoals Hij ons gebieden zal.

28

En Farao zei: Ik zal u laten gaan om de HEER uw God offers te brengen in de woestijn; alleen gaat niet te ver weg. Smeek voor mij.