Terug naar Ezechiël 12
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 12:15

En zij zullen weten dat Ik de HEER ben, wanneer Ik hen verstrooien zal onder de volken en hen verspreiden in de landen.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 12 — omringende verzen

10

Zeg tot hen: Zo zegt de Heer HEER; Deze last betreft de vorst in Jeruzalem en het gehele huis van Israël dat onder hen is.

11

Zeg: Ik ben uw teken; gelijk als ik gedaan heb, zo zal hun gedaan worden; zij zullen verhuizen en in ballingschap gaan.

12

En de vorst die in het midden van hen is, zal in de schemering de last op zijn schouder dragen en naar buiten gaan; zij zullen een gat door de muur breken om daardoor naar buiten te brengen; hij zal zijn gezicht bedekken, zodat hij de grond niet ziet met zijn ogen.

13

Mijn net zal Ik ook over hem uitspreiden en hij zal in mijn strik gevangen worden; en Ik zal hem naar Babel brengen, naar het land der Chaldeeën; maar hij zal het niet zien, ofschoon hij daar zal sterven.

14

En al degenen die om hem heen zijn om hem te helpen, en al zijn benden zal Ik naar alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen aan trekken.

15

En zij zullen weten dat Ik de HEER ben, wanneer Ik hen verstrooien zal onder de volken en hen verspreiden in de landen.

16

Maar Ik zal enkele mannen van hen overlaten van het zwaard, van de hongersnood en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen kunnen verkondigen onder de heidenen waarheen zij komen; en zij zullen weten dat Ik de HEER ben.

17

Voorts kwam het woord van de HEER tot mij en zeide:

18

Mensenzoon, eet uw brood met beving en drink uw water met siddering en met angst;

19

En zeg tot het volk des lands: Zo zegt de Heer HEER van de inwoners van Jeruzalem en van het land Israël: Zij zullen hun brood eten met angst en hun water drinken met ontzetting, opdat haar land verwoest worde van alles wat daarin is, vanwege het geweld van allen die daarin wonen.

20

En de bewoonde steden zullen verwoest worden en het land zal woest zijn; en gij zult weten dat Ik de HEER ben.