Ezechiël 16:11
“Ook versierde Ik u met sieraden: Ik deed armbanden aan uw handen en een ketting om uw hals.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 16 — omringende verzen
En toen Ik voorbijkwam en u zag, spartelen in uw bloed, zei Ik tegen u, terwijl u in uw bloed lag: Leef! Ja, Ik zei tegen u, terwijl u in uw bloed lag: Leef!
7Ik heb u talrijk gemaakt als het gewas des velds, en u nam toe en werd groot, en u bereikte volmaakte schoonheid: uw borsten waren gevormd en uw haar was gegroeid, maar u was naakt en bloot.
8Toen Ik weer voorbijkwam en u aanschouwde, zie, uw tijd was gekomen, de tijd van liefde; en Ik spreidde Mijn kleed over u uit en bedekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u en ging een verbond met u aan, zegt de Heere HEER, en u werd van Mij.
9Daarna waste Ik u met water; ja, Ik waste uw bloed volkomen van u af en zalfde u met olie.
10Ook kleedde Ik u met geborduurde kleding en gaf u schoenen van dassenleer; Ik omgordde u met fijn linnen en bedekte u met zijde.
Ook versierde Ik u met sieraden: Ik deed armbanden aan uw handen en een ketting om uw hals.
En Ik deed een juweel aan uw voorhoofd en oorringen in uw oren, en een schone kroon op uw hoofd.
13Zo was u versierd met goud en zilver, en uw kleding was van fijn linnen, en zijde, en geborduurde stof; u at meelbloem, en honing, en olie; en u werd buitengewoon schoon en u kwam tot koninklijke waardigheid.
14En uw roem ging uit onder de heidenen vanwege uw schoonheid, want die was volmaakt door Mijn luister die Ik over u gelegd had, zegt de Heere HEER.
15Maar u vertrouwde op uw eigen schoonheid en pleegde hoererij vanwege uw roem, en u stortte uw hoererijen uit over ieder die voorbijging; het was zijn deel.
16En u nam van uw kleren en maakte u bonte hoogten en pleegde daar hoererij; zulke dingen zullen niet komen, noch zal het zo zijn.