Ezechiël 16:45
“U bent de dochter van uw moeder, die een afkeer had van haar man en haar kinderen; en u bent de zuster van uw zusters, die een afkeer hadden van hun mannen en hun kinderen; uw moeder was een Hethitische en uw vader een Amoriet.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 16 — omringende verzen
Zij zullen ook een menigte tegen u doen optrekken, en zij zullen u met stenen stenigen en u doorboren met hun zwaarden.
41En zij zullen uw huizen met vuur verbranden en oordelen over u uitvoeren ten aanschouwen van vele vrouwen; en Ik zal u doen ophouden een hoer te zijn, en u zult ook geen loon meer geven.
42Zo zal Ik Mijn grimmigheid jegens u doen bedaren, en Mijn ijver zal van u wijken, en Ik zal stil zijn en niet meer toornig zijn.
43Omdat u de dagen van uw jeugd niet gedacht hebt, maar Mij in al deze dingen hebt geprikkeld; zie, daarom zal ook Ik uw weg op uw hoofd doen neerkomen, zegt de Heere HEER, en u zult deze schanddaad niet meer plegen boven al uw gruwelen.
44Zie, ieder die spreekwoorden gebruikt, zal dit spreekwoord tegen u gebruiken en zeggen: Zoals de moeder is, zo is haar dochter.
U bent de dochter van uw moeder, die een afkeer had van haar man en haar kinderen; en u bent de zuster van uw zusters, die een afkeer hadden van hun mannen en hun kinderen; uw moeder was een Hethitische en uw vader een Amoriet.
En uw oudere zuster is Samaria, zij en haar dochters die aan uw linkerhand wonen; en uw jongere zuster, die aan uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochters.
47Toch hebt u niet naar hun wegen gewandeld, noch naar hun gruwelen gedaan; maar, alsof dat maar een heel klein ding was, u was verdorvener dan zij in al uw wegen.
48Zo waarachtig als Ik leef, zegt de Heere HEER, Sodom, uw zuster, heeft niet gedaan, zij noch haar dochters, zoals u gedaan hebt, u en uw dochters.
49Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: hoogmoed, overvloed van brood en zorgeloze rust was in haar en in haar dochters, en zij sterkte de hand van de arme en behoeftige niet.
50En zij waren hoogmoedig en bedreven gruwelen voor Mijn aangezicht; daarom heb Ik hen weggenomen zoals Ik het goed vond.