Terug naar Ezechiël 17
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 17:11

Bovendien kwam het woord van de HEER tot mij, zeggende:

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 17 — omringende verzen

6

En het groeide en werd een wijd uitgespreid wijngaardstok van geringe hoogte, waarvan de ranken naar hem toe keerden en de wortels onder hem waren; zo werd het een wijnstok en bracht takken voort en schoot uitlopers uit.

7

Er was ook een andere grote arend met grote vleugels en veel veren; en zie, deze wijnstok boog zijn wortels naar hem toe en schoot zijn ranken naar hem toe, opdat hij hem zou bewateren langs de voren van zijn aanplanting.

8

Hij was geplant in een goede grond aan grote wateren, om takken voort te brengen en vrucht te dragen, opdat hij een heerlijke wijnstok zou zijn.

9

Zeg gij: Zo zegt de Heere HEER: Zal hij gedijen? Zal hij niet zijn wortels uitrukken en zijn vrucht afsnijden, zodat hij verdort? In al de bladeren van zijn uitspruiting zal hij verdorren, zelfs zonder grote kracht of veel volk om hem bij de wortels uit te rukken.

10

Ja, zie, hoewel hij geplant is, zal hij gedijen? Zal hij niet volkomen verdorren wanneer de oostenwind hem treft? In de voren waar hij groeide, zal hij verdorren.

11

Bovendien kwam het woord van de HEER tot mij, zeggende:

12

Zeg nu tot het weerspannige huis: Weet gij niet wat deze dingen betekenen? Zeg hun: Zie, de koning van Babel is naar Jeruzalem gekomen en heeft de koning ervan en de vorsten ervan genomen en hen met zich meegevoerd naar Babel;

13

En hij heeft van het koninklijk zaad genomen en een verbond met hem gesloten en een eed van hem afgenomen; ook heeft hij de machtigen des lands meegenomen;

14

Opdat het koninkrijk gering zou zijn, dat het zich niet zou verheffen, maar dat het door het houden van zijn verbond zou standhouden.

15

Maar hij heeft tegen hem gerebelleerd door zijn gezanten naar Egypte te sturen, opdat zij hem paarden en veel volk zouden geven. Zal hij gedijen? Zal hij ontkomen die zulke dingen doet? Of zal hij het verbond breken en ontkomen?

16

Zo waar Ik leef, zegt de Heere HEER, voorzeker in de plaats waar de koning woont die hem tot koning heeft gemaakt, wiens eed hij verachtte en wiens verbond hij brak, ja, bij hem in het midden van Babel zal hij sterven.