Ezechiël 2:9
“En toen ik zag, zie, er werd een hand tot mij uitgestoken; en zie, daarin was een boekrol.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 2 — omringende verzen
Want zij zijn schaamteloze kinderen en hardvochtig van hart. Ik zend u tot hen; en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heer HEER.
5En zij, hetzij zij horen willen, hetzij zij het nalaten, (want zij zijn een opstandig huis,) zullen toch weten dat er een profeet onder hen geweest is.
6En gij, mensenkind, vrees hen niet, en vrees hun woorden niet, al zijn er distels en doornen bij u en al woont gij onder schorpioenen; vrees hun woorden niet en wees niet verschrikt voor hun aangezicht, want zij zijn een opstandig huis.
7En gij zult mijn woorden tot hen spreken, hetzij zij horen willen, hetzij zij het nalaten; want zij zijn ten hoogste opstandig.
8Maar gij, mensenkind, hoor wat Ik tot u zeg; wees niet opstandig zoals dat opstandige huis; open uw mond en eet wat Ik u geef.
En toen ik zag, zie, er werd een hand tot mij uitgestoken; en zie, daarin was een boekrol.
En Hij spreidde die voor mij uit; en zij was beschreven aan de binnen- en buitenkant; en daarin was geschreven klaagzangen, rouwbeklag en wee.