Terug naar Ezechiël 21
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 21:17

Ik zal ook mijn handen samenslaan en mijn grimmigheid doen rusten; Ik, de HEER, heb het gesproken.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 21 — omringende verzen

12

Schreeuw en huil, mensenkind, want het zal over mijn volk zijn, het zal over alle vorsten van Israël zijn; verschrikkingen vanwege het zwaard zullen over mijn volk zijn; sla u daarom op de dij.

13

Want het is een beproeving, en wat als het zwaard zelfs de roede veracht? Zij zal er niet meer zijn, zegt de Heere HEER.

14

Gij dan, mensenkind, profeteer en sla de handen samen; en laat het zwaard verdubbeld worden ten derden male, het zwaard der verslagenen; het is het zwaard der groten die verslagen zijn, dat doordringt in hun binnenste vertrekken.

15

Ik heb de punt van het zwaard gezet tegen al hun poorten, opdat hun hart bezwijkt en hun struikelblokken vermenigvuldigd worden. Ach, het is blank gemaakt, het is gereedgemaakt voor de slachting.

16

Ga uw weg, hetzij rechts, hetzij links, waarheen uw aangezicht ook gericht is.

17

Ik zal ook mijn handen samenslaan en mijn grimmigheid doen rusten; Ik, de HEER, heb het gesproken.

18

Het woord van de HEER kwam wederom tot mij, zeggende:

19

Stel ook, mensenkind, twee wegen voor u aan, waarlangs het zwaard van de koning van Babel kan komen; beide zullen uit één land voortkomen; en kies een scheiding, kies die aan het hoofd van de weg naar de stad.

20

Wijs een weg aan, zodat het zwaard naar Rabbath der Ammonieten kan komen, en naar Juda in Jeruzalem, de versterkte stad.

21

Want de koning van Babel stond aan de scheiding van de weg, aan het hoofd van de twee wegen, om waarzeggerij te bedrijven; hij schudt de pijlen, hij raadpleegt de terafim, hij ziet in de lever.

22

Aan zijn rechterhand was de waarzeggerij voor Jeruzalem, om hoofdmannen aan te wijzen, om de mond te openen voor de slachting, om de stem te verheffen met gejuich, om stormrammen tegen de poorten te zetten, om een wal op te werpen en een schans te bouwen.