Ezechiël 21:32
“Gij zult tot brandstof voor het vuur zijn; uw bloed zal in het midden van het land zijn; gij zult niet meer gedacht worden; want Ik, de HEER, heb het gesproken.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 21 — omringende verzen
Ik zal het omverwerpen, omverwerpen, omverwerpen; en het zal er niet meer zijn, totdat Hij komt wiens recht het is; en Ik zal het Hem geven.
28En gij, mensenkind, profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEER aangaande de Ammonieten en aangaande hun smaad; zeg ook: Het zwaard, het zwaard is getrokken; voor de slachting is het gepolijst, om te verteren vanwege het glinsteren;
29Terwijl zij u ijdelheid voorspellen, terwijl zij u leugen waarzeggen, om u te brengen op de halzen van de verslagenen, der goddelozen, wier dag gekomen is, wanneer hun ongerechtigheid een einde zal nemen.
30Zal Ik het terugdoen in zijn schede? Ik zal u oordelen op de plaats waar gij geschapen zijt, in het land van uw geboorte.
31En Ik zal mijn gramschap over u uitstorten; Ik zal u blazen in het vuur van mijn toorn, en u overgeven in de hand van woeste mannen, bekwaam om te verdelgen.
Gij zult tot brandstof voor het vuur zijn; uw bloed zal in het midden van het land zijn; gij zult niet meer gedacht worden; want Ik, de HEER, heb het gesproken.