Terug naar Ezechiël 22
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 22:17

En het woord van de HEER kwam tot mij, zeggende:

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 22 — omringende verzen

12

In u heeft men geschenken aangenomen om bloed te vergieten; gij hebt woeker en rente genomen, en gij hebt uw naasten door afpersing gierig uitgebuit, en hebt Mij vergeten, zegt de Heere HEER.

13

Zie, daarom heb Ik mijn hand geslagen over uw oneerlijk gewin dat gij gemaakt hebt, en over het bloed dat in uw midden is geweest.

14

Zal uw hart standhouden, of zullen uw handen sterk zijn in de dagen dat Ik met u handel? Ik, de HEER, heb het gesproken en zal het doen.

15

En Ik zal u verstrooien onder de heidenen en u verspreiden in de landen, en zal uw onreinheid uit u wegdoen.

16

En gij zult uw erfdeel in uzelf bezitten voor de ogen der heidenen, en gij zult weten dat Ik de HEER ben.

17

En het woord van de HEER kwam tot mij, zeggende:

18

Mensenkind, het huis Israëls is voor Mij tot slakken geworden; zij allen zijn koper en tin en ijzer en lood in het midden van de smeltkroes; zij zijn het schuim van het zilver.

19

Daarom zegt de Heere HEER aldus: Omdat gij allen tot schuim geworden zijt, zie, daarom zal Ik u vergaderen in het midden van Jeruzalem.

20

Zoals men zilver en koper en ijzer en lood en tin vergadert in het midden van de smeltkroes, om er het vuur op te blazen, om het te smelten; zo zal Ik u vergaderen in mijn toorn en in mijn grimmigheid, en u daar laten en u smelten.

21

Ja, Ik zal u vergaderen en op u blazen in het vuur van mijn toorn, en gij zult gesmolten worden in het midden daarvan.

22

Zoals zilver gesmolten wordt in het midden van de smeltkroes, zo zult gij gesmolten worden in het midden daarvan; en gij zult weten dat Ik, de HEER, mijn grimmigheid over u heb uitgestort.