Terug naar Ezechiël 22
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 22:7

In u heeft men vader en moeder veracht; in uw midden hebben zij de vreemdeling met verdrukking behandeld; in u heeft men de wees en de weduwe verdrukt.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 22 — omringende verzen

2

Nu, mensenkind, wilt gij oordelen, wilt gij de bloedstad oordelen? Ja, gij zult haar al haar gruwelen tonen.

3

Dan zeg: Zo zegt de Heere HEER: De stad vergiet bloed in haar midden, opdat haar tijd moge komen, en maakt afgoden tegen zichzelf om zich te verontreinigen.

4

Gij zijt schuldig geworden door het bloed dat gij vergoten hebt, en hebt uzelf verontreinigd met uw afgoden die gij gemaakt hebt; gij hebt uw dagen doen naderen en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u gemaakt tot een smaad voor de heidenen en tot een spot voor alle landen.

5

Zij die nabij zijn en zij die ver van u zijn, zullen u bespotten, gij beruchte en veelgeteisterde.

6

Zie, de vorsten van Israël waren in u, ieder naar zijn macht, om bloed te vergieten.

7

In u heeft men vader en moeder veracht; in uw midden hebben zij de vreemdeling met verdrukking behandeld; in u heeft men de wees en de weduwe verdrukt.

8

Gij hebt mijn heilige dingen veracht en mijn sabbatten ontheiligd.

9

In u zijn lasteraars die bloed vergieten; en in u eten zij op de bergen; in uw midden bedrijven zij schandelijkheid.

10

In u heeft men de schaamte van zijn vader ontbloot; in u heeft men haar vernederd die afgezonderd was wegens haar onreinheid.

11

En de één heeft gruwel bedreven met de vrouw van zijn naaste; en een ander heeft zijn schoondochter op schandelijke wijze verontreinigd; en een ander heeft in u zijn zuster vernederd, de dochter van zijn vader.

12

In u heeft men geschenken aangenomen om bloed te vergieten; gij hebt woeker en rente genomen, en gij hebt uw naasten door afpersing gierig uitgebuit, en hebt Mij vergeten, zegt de Heere HEER.