Ezechiël 23:12
“Zij was verliefd op de Assyriërs, haar buren, stadhouders en overheden, prachtig gekleed, ruiters, rijdende op paarden, allen begeerlijke jongelingen.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 23 — omringende verzen
Zo bedreef zij hoererij met hen, met al de uitgelezen mannen van Assyrië; en met allen op wie zij verliefd was, met al hun afgoden verontreinigde zij zich.
8Evenmin liet zij haar hoererijen uit Egypte varen; want in haar jeugd hadden zij bij haar gelegen, en zij hadden de borsten van haar maagdelijkheid betast en hun hoererij over haar uitgestort.
9Daarom heb Ik haar gegeven in de hand van haar minnaars, in de hand van de Assyriërs, op wie zij verliefd was.
10Dezen ontblootten haar schaamte; zij namen haar zonen en haar dochters weg en doodden haar met het zwaard; en zij werd beroemd onder de vrouwen, want zij hadden aan haar het oordeel voltrokken.
11En toen haar zuster Oholiba dit zag, bedreef zij het erger in haar wellust dan zij, en in haar hoererijen meer dan haar zuster in haar hoererijen.
Zij was verliefd op de Assyriërs, haar buren, stadhouders en overheden, prachtig gekleed, ruiters, rijdende op paarden, allen begeerlijke jongelingen.
Toen zag Ik dat zij verontreinigd was, dat zij beiden dezelfde weg gingen.
14En zij dreef haar hoererijen nog verder; want toen zij mannen zag afgebeeld op de wand, beelden van de Chaldeeën, geschilderd met vermiljoen,
15gegord met gordels om hun lendenen, met overvloedig geverfde hoofddoeken op hun hoofden, allen op vorsten gelijkende, naar de gelijkenis van de Babyloniërs van Chaldea, het land van hun geboorte;
16en zodra zij hen met haar ogen zag, was zij op hen verliefd en zond boodschappers tot hen naar Chaldea.
17En de Babyloniërs kwamen tot haar in het liefdesleger, en zij verontreinigden haar met hun hoererij; en zij werd door hen verontreinigd, en haar ziel raakte van hen vervreemd.