Terug naar Ezechiël 23
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 23:37

dat zij overspel hebben gepleegd en bloed aan hun handen is, en dat zij met hun afgoden overspel hebben gepleegd, en ook hun zonen, die zij Mij gebaard hebben, voor hen door het vuur hebben doen gaan om hen te verteren.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 23 — omringende verzen

32

Zo zegt de Heere HEER: Gij zult de beker van uw zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot spot en bespotting zijn; hij bevat veel.

33

Gij zult vervuld worden met dronkenschap en droefheid, met de beker van ontzetting en verwoesting, met de beker van uw zuster Samaria.

34

En gij zult hem drinken en uitledigen, en zijn scherven zult gij verbreken, en uw eigen borsten zult gij verscheuren; want Ik heb het gesproken, zegt de Heere HEER.

35

Daarom, zo zegt de Heere HEER: Omdat gij Mij vergeten hebt en Mij achter uw rug geworpen hebt, draag daarom ook gij uw schandelijkheid en uw hoererijen.

36

De HEER zei bovendien tot mij: Mensenkind, zult gij Ohola en Oholiba oordelen? Ja, verkondig hun hun gruwelen,

37

dat zij overspel hebben gepleegd en bloed aan hun handen is, en dat zij met hun afgoden overspel hebben gepleegd, en ook hun zonen, die zij Mij gebaard hebben, voor hen door het vuur hebben doen gaan om hen te verteren.

38

Bovendien hebben zij Mij dit aangedaan: zij hebben Mijn heiligdom op diezelfde dag verontreinigd en Mijn sabbatten ontheiligd.

39

Want toen zij hun kinderen voor hun afgoden geslacht hadden, kwamen zij op diezelfde dag in Mijn heiligdom om het te ontheiligen; en zie, zo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.

40

En bovendien, gij hebt mannen laten ontbieden om van verre te komen, tot wie een boodschapper gezonden was; en zie, zij kwamen; voor hen hebt gij u gewassen, uw ogen geverfd en u met sieraden versierd,

41

en gij zijt gezeten op een prachtig bed, met een tafel daarvoor bereid, waarop gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hebt.

42

En een stem van een rustige menigte was bij haar; en bij de mannen uit de grote schare werden Sabeërs uit de woestijn gebracht, die armbanden aan hun handen deden en prachtige kronen op hun hoofden zetten.